| International Ticer School 2004: Open Access, Open Access en nog eens Open Access | |
Electronic Resources and Electronic Publishing was het thema van de International Ticer School die, alweer voor het negende jaar, van 10 tot en met 13 augustus plaatsvond in Tilburg. Of de naamswijziging - voorheen was er sprake van Summer School - iets met het mindere weer te maken had blijft gissen. Ook anderszins is de hemel betrokken voor Ticer: twee van de drie voorgenomen cursussen vonden geen doorgang en de belangstelling voor deze cursus was ook niet bepaald optimaal. Niettemin waren er 21 vooral jonge deelnemers uit 14 landen die voornamelijk opvielen door hun rustige vlijtigheid.
Het programma was ten opzichte van voorgaande jaren aangepast aan de veranderde omgeving door meer plaats in te ruimen voor Open Access. Dit onderwerp klonk echter ook opvallend door in de lezingen die vooral over acquisitie en management van elektronische collecties in consortiumverband gingen. Met betrekking tot dat laatste valt op hoezeer bibliotheken nog in een overgangsfase van print naar electronic only zitten: nog maar 10 procent van de Amerikaanse bibliotheken is volgens Donald King met zijn tijdschriften helemaal elektronisch gegaan. Dit ondanks het feit dat uit onderzoek blijkt dat elektronisch aanzienlijk goedkoper is, waarbij vooral de kosten van backfiles, de oudere jaargangen, doorslaggevend zijn. Het valt te verwachten dat bibliotheken de komende jaren onder budgettaire druk gedwongen worden op dit punt scherpere keuzes te gaan maken. Een keuzeproblematiek keert ook terug bij Open Access. Vooralsnog ontwikkelen institutional repositories, waarvan DARE het prominente Nederlandse voorbeeld is, zich vooral parallel aan de huidige wetenschappelijke informatieketen. Neem daarbij in aanmerking dat volgens Arnold Hirshon de kosten van Open Access publishing op $ 500 tot $ 3000 per artikel worden geschat en vermenigvuldig die bedragen eens met de ruim 2000 artikelen die jaarlijks door UvT wetenschappers worden gepubliceerd - een kostbaar dilemma dringt zich op. Vooralsnog valt het bovendien nog niet mee om deze repositories gevuld te krijgen. In een workshop werden tactieken aan de orde gesteld die in Tilburg en Gent worden gevolgd om wetenschappers te bewegen tot het ter beschikking stellen van hun postprints. De volgende vraag is of het universiteiten zal lukken bovenop deze archieven services te realiseren waardoor de objecten in de repositories ook daadwerkelijk zichtbaar worden. Mocht het universiteiten niet lukken, dan zijn er in ieder geval twee alternatieven. Zoekmachines als Yahoo! en Google indexeren al repositories, terwijl ook Elsevier (met zijn eigen zoekmachine Scirus) liet blijken hierin zeer geïnteresseerd te zijn. Dat laatste zou wel erg wrang zijn, repositories zijn immers bedoeld om de positie van uitgevers meer in evenwicht te brengen met die van universiteiten en onderzoeksinstellingen. Wellicht is het verstandiger repositories ook te benutten voor de opslag van onderwijsmaterialen, volgens Hans Roosendaal een veelvoud van de wetenschappelijke productie.
Roosendaal gaf de cursisten ook een op het eerste oog curieus advies mee: “Go home and start dissolving the library as quickly as you can.” Een oproep om het bastion van de bibliotheek met zijn fysieke collecties te verlaten en dichter op de huid van docenten en onderzoekers te kruipen en waarde toe te voegen op de plekken waar het ertoe doet, in het onderwijs en onderzoek. De tijd van de grote projecten mag dan voorbij zijn, de echte veranderingen moeten nog komen. Die veranderingen vergen – alweer - dat er keuzes worden gemaakt. | |
| This article was written by Hans Roes, project manager, Tilburg University, The Netherlands. The article was published in an internal newsletter for staff of the Tilburg University library. Ticer B.V. is not responsible for its content. Copyright Hans Roes. |